Klant login
Log in
Registreer
Het aanmaken van een account heeft vele voordelen:
- Bekijk bestelling en verzendstatus
- Bekijk bestelgeschiedenis
- Reken sneller af
Winkelwagen
Subtotaal winkelwagen
U heeft geen product(en) in uw winkelwagen.
Talen
Google Translate:
Eusaprim Fort 200 Tabl Unit Dose
Belangrijke informatie
Voor dit geneesmiddel is een voorschrift nodig. Na beoordeling door de apotheker kan je het komen afhalen en betalen in de apotheek.
Niet beschikbaar
Neem contact op met ons via telefoon of e-mail, dan bekijken we samen de mogelijkheden.
4.4 Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik Levensbedreigende bijwerkingen Ofschoon zeer zelden, deden zich overlijdens voor na ernstige reacties, zoals het Stevens-Johnson�syndroom, toxische epidermale necrose, fulminante levernecrose, agranulocytose, aplastische anemie, andere bloeddyscrasieën en overgevoeligheid van de luchtwegen. - Er hebben zich gevallen van levensbedreigende cutane reacties (Stevens- Johnson-syndroom (SJS), toxische epidermale necrose (TEN) en een geneesmiddelenreactie met eosinofilie en systemische symptomen (DRESS-syndroom)) voorgedaan tijdens het gebruik van EUSAPRIM. - Patiënten dienen te worden ingelicht over de tekenen en symptomen en dienen nauwlettend in de gaten gehouden te worden op huidreacties. Tijdens de eerste weken van de behandeling is het risico op SJS of TEN het hoogst. - Indien symptomen of tekenen van SJS, TEN (bijv. een zich verspreidende huiduitslag, vaak met blaren of slijmlaesies) of DRESS-syndroom (bijvoorbeeld koorts, eosinofilie) aanwezig zijn dient de behandeling met EUSAPRIM stopgezet te worden. - Het beste resultaat voor het onder controle houden van SJS, TEN of DRESS-syndroom wordt bereikt door een vroegtijdige diagnose en het onmiddellijk stopzetten van elk medicijn waarvan vermoed wordt dat het de oorzaak vormt. Een vroegtijdige stopzetting gaat gepaard met een betere prognose. - Indien de patiënt SJS, TEN of DRESS-syndroom heeft ontwikkeld tijdens het gebruik van EUSAPRIM, dient deze patiënt nooit geen EUSAPRIM meer te gebruiken. Hemofagocytaire lymfohistiocytose (HLH) Er zijn zeer zeldzame gevallen van HLH gemeld bij patiënten die met co-trimoxazol werden behandeld. HLH is een levensbedreigend syndroom van pathologische immuunactivering dat wordt gekenmerkt door klinische tekenen en symptomen van een overmatige systemische ontsteking (bijv. koorts, hepatosplenomegalie, hypertriglyceridemie, hypofibrinogenemie, hoge serumferritine, cytopenie en hemofagocytose). Patiënten die vroege manifestaties van pathologische immuunactivering ontwikkelen, moeten onmiddellijk worden beoordeeld. Indien de diagnose HLH wordt vastgesteld, dient de behandeling met co-trimoxazol te worden stopgezet. Respiratoire toxiciteit Zeer zelden zijn ernstige gevallen van respiratoire toxiciteit gemeld, die tijdens de behandeling met co-trimoxazol soms verergerden en overgingen in acuut respiratoir distress-syndroom (ARDS). Het begin van pulmonale symptomen zoals hoesten, koorts en dyspneu in combinatie met radiologische tekenen van longinfiltraten en verslechtering van de longfunctie, kunnen voortekenen zijn van ARDS. In dergelijke omstandigheden dient de behandeling met co-trimoxazol te worden gestaakt en een passende behandeling te worden toegediend. Aseptische meningitis Hoewel het zelden voorkomt, zijn gevallen van aseptische meningitis waargenomen als ernstige bijwerking van sulfamethoxazol--trimethoprim. Symptomen zijn onder meer koorts, koude rillingen, hoofdpijn, gewijzigde geestelijke toestand, stijve nek, vermoeidheid, gevoeligheid voor licht (fotofobie), misselijkheid en braken. Aseptische meningitis bleek snel reversibel te zijn na stopzetting van de behandeling met sulfamethoxazol-trimethoprim. Oudere patiënten Bijzondere voorzichtigheid is steeds aanbevolen bij de behandeling van bejaarde patiënten omdat zij gevoeliger zijn voor bijwerkingen en vatbaarder voor ernstige effecten als gevolg van deze bijwerkingen, in het bijzonder als er omstandigheden zijn die de situatie verwikkelen, bijvoorbeeld, nier- en/of leverinsufficiëntie, en/of het gelijktijdig gebruik van andere geneesmiddelen. De behandelingsduur moet bij deze patiënten de kortst mogelijke zijn. Patiënten met een nierfunctiestoornis Bij patiënten met bewezen nierinsufficiëntie moeten bijzondere maatregelen getroffen worden (zie rubriek 4.2). Urinestroom Steeds moet een adequate diurese verzekerd worden. Tekenen van kristallurie zijn in vivo zeldzaam, ook al nam men sulfamidekristallen waar in de afgekoelde urine van behandelde patiënten. Bij patiënten met hypoalbuminemie kan het risico groter zijn. Foliumzuur Als EUSAPRIM over langere perioden of aan patiënten met foliumzuurtekort of aan bejaarden wordt toegediend, worden regelmatige maandelijkse bloedtellingen aanbevolen omdat er een mogelijkheid bestaat van asymptomatische wijzigingen van de hematologische laboratoriumwaarden door een tekort aan beschikbaar foliumzuur. Een folinezuursupplement kan worden overwogen tijdens de behandeling, maar voorzichtigheid is geboden vanwege mogelijke interferentie met de antibacteriële activiteit (zie rubriek 4.5). Patiënten met glucose-6-fosfaatdehydrogenasedeficiëntie Bij patiënten met een glucose-6-fosfaatdehydrogenasedeficiëntie (G-6-PD) kan zich hemolyse voordoen. Patiënten met ernstige atopie of bronchiaal astma EUSAPRIM moet met voorzichtigheid toegediend worden aan patiënten met een ernstige allergie of met bronchiaal astma. Behandeling van streptokokkenfaryngitis, veroorzaakt door bèta-hemolytische streptokokken van groep A EUSAPRIM mag niet gebruikt worden voor de behandeling van faryngitis of amygdalitis door bèta- hemolytische streptokokken van groep A. Uitroeiing van deze organismen van de orofarynx is minder doeltreffend dan met penicilline. Metabolisme van fenylalanine Er werd gemeld dat trimethoprim het metabolisme van fenylalanine beïnvloedt, maar dit is zonder betekenis bij patiënten met fenylketonurie die een gepast dieet volgen. Patiënten met porfyrie of met risico op porfyrie Toediening van EUSAPRIM aan patiënten waarvan men weet of vermoedt dat ze een risico van acute porfyrie lopen, moet vermeden worden. Zowel trimethoprim als de sulfamiden (ofschoon niet specifiek het geval voorsulfamethoxazol) werden in verband gebracht met een klinische exacerbatie van porfyrie. Patiënten met hyperkaliëmie en hyponatriëmie De kalium- en natriumspiegels moeten zorgvuldig opgevolgd worden bij patiënten met risico van hyperkaliëmie of hyponatriëmie. Gelijktijdig gebruik van co-trimoxazol met geneesmiddelen waarvan bekend is dat die hyperkaliëmie veroorzaken, kan leiden tot ernstige hyperkaliëmie. Metabole acidose EUSAPRIM is in verband gebracht met metabole acidose nadat andere mogelijke onderliggende oorzaken uitgesloten waren. Nauwlettend toezicht wordt altijd aanbevolen als metabole acidose wordt vermoed. Patiënten met ernstige hematologische aandoeningen Co-trimoxazol mag niet worden toegediend aan patiënten met ernstige hematologische stoornissen, tenzij onder streng toezicht (zie rubriek 4.8). Co-trimoxazol werd toegediend aan patiënten onder cytotoxische behandeling met weinig of geen bijkomende effecten op het beenmerg of op het perifeer bloed. Sorbitol EUSAPRIM suspensie voor oraal gebruik bevat sorbitol. Patiënten met erfelijke fructose-intolerantie mogen dit geneesmiddel niet innemen/toegediend krijgen. Methylparahydroxybenzoaat EUSAPRIM suspensie voor oraal gebruik bevat methylparahydroxybenzoaat (een "parabeen"): kan allergische reacties veroorzaken (wellicht vertraagd). Ethanol Dit middel bevat 2.16 mg alcohol (ethanol) per ml, overeenkomend met 1.25%/ dosis . De hoeveelheid per ml in dit middel komt overeen met minder dan 0.00008 ml bier of 0.0002 ml wijn. Er zit een kleine hoeveelheid alcohol in dit middel. Dit is zo weinig dat u hier niets van merkt. Benzoaatzout Dit geneesmiddel bevat 5 mg benzoaatzout in elke 5 ml, overeenkomend met 1 mg/ml. Natrium Dit middel bevat minder dan 1 mmol natrium (23 mg) per ml, dat wil zeggen dat het in wezen 'natriumvrij' is.
EUSAPRIM is geïndiceerd voor behandeling of preventie:
- van longontstekingen (pneumonie of Pneumocystis jiroveci-pneumonie) veroorzaakt door een bacterie genaamd Pneumocystis jiroveci (voorheen bekend als Pneumocystis carinii).
EUSAPRIM is geïndiceerd voor de behandeling:
-
van longinfecties zoals bronchitis;
-
van blaas- of urineweginfecties;
-
van infecties van het maagdarmkanaal, wanneer de infectie wordt veroorzaakt door bacteriën die gevoelig zijn voor EUSAPRIM.
EUSAPRIM is geïndiceerd bij kinderen in de leeftijd van 6 weken tot 12 jaar, voor adolescenten ouder dan 12 jaar en voor volwassenen (> 18 jaar oud).
Welke stoffen zitten er in EUSAPRIM?
EUSAPRIM 80 mg/400 mg tabletten:
De werkzame stoffen zijn sulfamethoxazol en trimethoprim. Elke tablet bevat 80 mg trimethoprim en 400 mg sulfamethoxazol. De andere bestanddelen zijn: povidon - natriumcarboxymethylzetmeel (type A) - magnesiumstearaat - natriumdocusaat.
EUSAPRIM FORTE 160 mg/800 mg tabletten:
De werkzame stoffen zijn sulfamethoxazol en trimethoprim. Elke tablet bevat 160 mg trimethoprim en 800 mg sulfamethoxazol. De andere bestanddelen zijn: povidon - natriumcarboxymethylzetmeel (type A) - magnesiumstearaat - natriumdocusaat.
EUSAPRIM 40 mg/200 mg/5 ml suspensie voor oraal gebruik:
De werkzame stoffen zijn sulfamethoxazol en trimethoprim. De suspensie voor oraal gebruik bevat 40 mg trimethoprim en 200 mg sulfamethoxazol per 5 ml. De andere bestanddelen zijn: sorbitol - glycerol - oplosbare cellulose - polysorbaat 80 - natriumcarmellose - methylparahydroxybenzoaat - natriumbenzoaat - natriumsaccharine - banaanaroma - ethanol - vanillearoma - gezuiverd water.
Vertel uw arts of apotheker met name als u een van de volgende geneesmiddelen gebruikt:
-
een diureticum om de hoeveelheid urine te verhogen;
-
pyrimethamine voor de preventie en behandeling van malaria en voor de behandeling van diarree;
-
zidovudine of lamivudine, geneesmiddelen voor de behandeling van aids (Acquired Immune Deficiency Syndrome);
-
bloedverdunners zoals warfarine;
-
fenytoïne voor de behandeling van epilepsieaanvallen;
-
geneesmiddelen voor de behandeling van diabetes, zoals glibenclamide, glipizide of tolbutamide (sulfonylureumderivaten) en repaglinide;
-
rifampicine, een antibioticum;
-
ciclosporine, gebruikt na orgaantransplantatie;
-
methotrexaat, een geneesmiddel dat wordt gebruikt bij de behandeling van bepaalde kankers of bepaalde aandoeningen van het immuunsysteem;
-
geneesmiddelen om hartritmestoornissen te behandelen, zoals digoxine en procaïnamide;
-
amantadine, gebruikt bij de behandeling van de ziekte van Parkinson, multiple sclerose, griep of gordelroos;
-
methenamine, een geneesmiddel tegen urineweginfecties;
-
bepaalde bloeddrukverlagende geneesmiddelen (ACE-remmers en kaliumsparende diuretica, zoals spironolacton), kaliumsupplementen en voedingsmiddelen die veel kalium bevatten kunnen een buitensporige toename van kalium in het bloed veroorzaken (hyperkaliëmie).
Symptomen van ernstige hyperkaliëmie kunnen zijn: spierkrampen, onregelmatige hartslag, diarree, misselijkheid, duizeligheid en hoofdpijn;
-
folinezuur;
-
anticonceptiva;
-
azathioprine, dat kan worden gebruikt bij patiënten na een orgaantransplantatie of om stoornissen van het afweersysteem of om een chronische ontsteking van de darmen te behandelen.
Zoals elk geneesmiddel kan EUSAPRIM bijwerkingen veroorzaken, al krijgt niet iedereen daarmee te maken.
Bij gebruik van dit geneesmiddel kunnen de volgende bijwerkingen optreden.
Stop met het gebruik van EUSAPRIM en vertel het onmiddellijk aan uw arts als u een allergische reactie heeft. Een allergische reactie komt zeer zelden voor (bij minder dan 1 op 10.000 personen). Tekenen van een allergische reactie zijn onder meer:
Allergische reacties - Moeilijke ademhaling; - Flauwvallen; - Opgezwollen gezicht; - Zwelling van de mond, tong of keel, die rood en pijnlijk kan zijn en / of slikproblemen kan veroorzaken; - Pijn op de borst; - Rode vlekken op de huid.
Andere bijwerkingen die kunnen voorkomen, zijn:
Zeer vaak (meer dan 1 op de 10 personen) - Hoge kaliumspiegels in het bloed, die een abnormale hartslag (hartkloppingen) kunnen veroorzaken.
Frequent (minder dan 1 op de 10 personen) - Een schimmelinfectie genaamd mycosis of candidiasis die de mond of vagina kan aantasten; - Hoofdpijn; - Zich ziek voelen (misselijkheid); - Diarree; - Huiduitslag.
Soms (minder dan 1 op 100 personen) - misselijkheid (overgeven).
Zeer zelden (minder dan 1 op 10.000 personen) - Koorts (temperatuursverhoging) of frequente infecties; - Plotse piepende ademhaling of moeilijke ademhaling; - Mogelijk levensbedreigende huiduitslag (syndroom van Stevens-Johnson, toxische epidermale necrolyse) zijn gemeld (zie "Wanneer moet u extra voorzichtig zijn met dit geneesmiddel?"); - Zweren in de mond, koortsblaasjes en zweren op of pijn aan de tong; - Bultjes op de huid of netelroos (verheven, jeukende, rode of witte vlekken); - Blaren op de huid of in de mond, neus, vagina of op de billen; - Een ontsteking van het oog die pijn en roodheid veroorzaakt; - Het optreden van uitslag of zonnebrand nadat men in openlucht is geweest (zelfs bij bewolkt weer); - Lage natriumspiegels in het bloed; - Gewijzigde bloedtestresultaten; - Gevoel van zwakte of vermoeidheid, apathie, bleke huid (bloedarmoede); - Hartproblemen; - Geelzucht (gele verkleuring van de huid en het oogwit ). Dit kan op hetzelfde moment optreden als spontane bloedingen of blauwe plekken. - Maagpijn, die op hetzelfde moment kan optreden als de aanwezigheid van bloed in de ontlasting; - borst-, spier- of gewrichtspijn en spierzwakte; - artritis; - Problemen met de urine. Moeilijkheden met plassen. Meer of minder plassen dan normaal. Aanwezigheid van bloed in de urine of troebele urine; - Problemen met de nieren; - Plotselinge hoofdpijn of plotselinge stijve nek, gepaard gaande met koorts (temperatuursverhoging); - Problemen om de bewegingen te beheersen; - Crises (convulsies of aanvallen); - Zich onstabiel of duizelig voelen; - Suizingen of andere ongewone geluiden in de oren; - Tintelingen of gevoelloosheid van handen of voeten; - Dingen zien die er niet echt zijn (hallucinaties); - Depressie; - Spierpijn en / of spierzwakte bij aids-patiënten; - Verlies van eetlust.
Niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald) - Geneesmiddelenreactie met eosinofilie en systemische symptomen (een allergische reactie waarbij u koorts, huiduitslag en abnormale bloed- en leverfunctietests kunt vertonen (dit kunnen tekenen zijn van een multi-orgaan overgevoeligheidsreactie)). - Psychotische stoornis (onrustig zijn, verward zijn, waanvoorstellingen hebben, psychose). - Donkerrode verheven, pijnlijke beschadigingen op de ledematen en soms in het gezicht en in de nek in combinatie met koorts (Sweet-syndroom).
Het melden van bijwerkingen Krijgt u last van bijwerkingen, neem dan contact op met uw arts of apotheker. Dit geldt ook voor mogelijke bijwerkingen die niet in deze bijsluiter staan. U kunt bijwerkingen ook rechtstreeks melden via:
Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten www.fagg.be Afdeling Vigilantie : Website: www.eenbijwerkingmelden.be e-mail: adr@fagg-afmps.be
Door bijwerkingen te melden, kunt u ons helpen meer informatie te verkrijgen over de veiligheid van dit geneesmiddel.
Wanneer mag u EUSAPRIM niet gebruiken?
-
als u overgevoelig (allergisch) bent voor sulfamethoxazol, trimethoprim, co-trimoxazol of voor een van de andere bestanddelen van dit geneesmiddel vermeld in rubriek 6.
-
als u allergisch bent voor sulfonamiden. Voorbeelden hiervan zijn sulfonylureumderivaten (zoals gliclazide en glibenclamide) of thiazidediuretica (zoals bendroflumethiazide, een plastablet).
-
als u ernstige lever- of nierproblemen heeft.
-
als u ooit een bloedprobleem heeft gehad dat bloeduitstortingen of bloedingen veroorzaakt (trombocytopenie).
-
als u is verteld dat u een zeldzame bloedziekte heeft, porfyrie genaamd, die uw huid of zenuwstelsel kan aantasten.
-
Mag niet aan zuigelingen worden gegeven in de eerste 6 levensweken.
Indien u niet zeker bent of een van de bovenstaande waarschuwingen op u van toepassing is, raadpleeg dan uw arts of apotheker voordat u EUSAPRIM inneemt.
4.6 Vruchtbaarheid, zwangerschap en borstvoeding Zwangerschap Trimethoprim en sulfamethoxazol gaan doorheen de placentabarrière en hun veiligheid tijdens de zwangerschap werd niet vastgesteld. Trimethoprim is een foliumzuurantagonist en in studies op dieren bleken deze beide producten verantwoordelijk voor foetale afwijkingen (zie rubriek 5.3). Case-control studies toonden aan dat er een verband kan zijn tussen blootstelling aan foliumzuurantagonisten en abnormale geboorten bij de mens. Bijgevolg moet co-trimoxazol tijdens de zwangerschap vermeden worden, in het bijzonder tijdens het eerste trimester, tenzij het mogelijk voordeel voor de moeder groter is dan het mogelijk risico voor de foetus. Als co-trimoxazol tijdens de zwangerschap gebruikt wordt, moet inname van een foliumzuursupplement overwogen worden. Sulfamethoxazol treedt in competitie met aan plasma-albumine gebonden bilirubine. Aangezien grote hoeveelheden afgeleide producten, afkomstig van de moeder, meerdere dagen bij de pasgeborene aanwezig blijven, kan er een risico van versnelde of exacerbatie van neonatale hyperbilirubinemie zijn, met een theoretisch risico van daarmee gepaard gaande kernicterus, als EUSAPRIM kort voor de bevalling aan de moeder toegediend wordt. Dit theoretisch risico is in het bijzonder belangrijk bij kinderen met een toegenomen risico van hyperbilirubinemie, zoals te vroeg geboren kinderen en deze die lijden aan glucose-6-fosfaatdehydrogenasedeficiëntie.
Borstvoeding Trimethoprim en sulfamethoxazol worden met de moedermelk uitgescheiden. Men moet vermijden co-trimoxazol toe te dienen aan vrouwen op het einde van de zwangerschap alsook aan moeders die borstvoeding geven als de moeder of de pasgeborene aan hyperbilirubinemie lijdt of risico loopt dit te ontwikkelen. Bovendien moet men vermijden om co-trimoxazol toe te dienen aan kinderen jonger dan acht weken omwille van hun voorbeschiktheid op het ontwikkelen van hyperbilirubinemie. Vruchtbaarheid De effecten van co-trimoxazol op parameters van menselijk sperma zijn niet doorslaggevend. Behandeling met co-trimoxazol is echter verantwoordelijk voor een aanzienlijke wijziging van de spermatogenese bij ratten (zie rubriek 5.3).
- Hoe neemt u EUSAPRIM in? Neem dit geneesmiddel altijd in precies zoals uw arts of apotheker u dat heeft verteld. Twijfelt u over het juiste gebruik? Neem dan contact op met uw arts of apotheker.
Uw arts zal u zeggen hoelang u EUSAPRIM moet gebruiken. Stop uw behandeling niet te vroeg. Gewoonlijk wordt EUSAPRIM nog verder ingenomen tot 2 dagen na het verdwijnen van de ziektekens. Als u na 7 dagen geen verbetering vaststelt, raadpleeg dan opnieuw uw arts.
De tabletten worden na de maaltijd ingenomen, hetzij ingeslikt, gekauwd of opgelost in water.
De aanbevolen dosis is
Acute infecties.
Volwassenen (> 18 jaar) en adolescenten ouder dan 12 jaar:
's Morgens 's Avonds EUSAPRIM tabletten 2 tabletten 2 tabletten EUSAPRIM Forte tabletten 1 tablet 1 tablet
Kinderen in de leeftijd van 6 weken tot 12 jaar:
EUSAPRIM suspensie voor oraal gebruik:
De dosering voor kinderen komt overeen met circa 6 mg trimethoprim en 30 mg sulfamethoxazol per kg lichaamsgewicht per dag, verspreid over twee innamen. Als er sprake is van een ernstige infectie, kan anderhalve keer deze dosis worden toegediend.
In onderstaande tabel staan de schema's voor kinderen, op basis van de leeftijd en het lichaamsgewicht van het kind:
Leeftijd 's Morgens 's Avonds 6 weken - 6 maanden 1 maatje van 2,5 ml 1 maatje van 2,5 ml 6 maanden - 6 jaar 1 maatje van 5 ml 1 maatje van 5 ml 6 jaar - 12 jaar 2 maatjes van 5 ml 2 maatjes van 5 ml
Opmerking: EUSAPRIM suspensie voor oraal gebruik mag niet toegediend worden aan kinderen jonger dan 6 weken.
EUSAPRIM tabletten:
Leeftijd 's Morgens 's Avonds 6 weken - 6 maanden 6 maanden - 6 jaar 1/2 tablet 1/2 tablet 6 jaar - 12 jaar 1 tablet 1 tablet
Opmerking: EUSAPRIM tabletten mag niet toegediend worden aan kinderen jonger dan 6 maanden.
EUSAPRIM FORTE tabletten:
Leeftijd 's Morgens 's Avonds 6 weken - 6 maanden 6 maanden - 6 jaar 6 jaar - 12 jaar 1/2 tablet 1/2 tablet
Opmerking: EUSAPRIM FORTE tabletten mag niet toegediend worden aan kinderen jonger dan 6 jaar.
Deze tabellen voor kinderen stemmen overeen met 6 mg trimethoprim en 30 mg sulfamethoxazol per kg lichaamsgewicht per dag, verdeeld over 2 innamen.
Bij zeer ernstige infecties kunnen 3 innamen per dag nodig zijn.
| CNK | 0041525 |
|---|---|
| Breedte | 187 mm |
| Lengte | 111 mm |
| Diepte | 60 mm |
| Behoud | Kamertemperatuur (15°C - 25°C) |